Brandmeldwijzer    T: 024-3607171

Hoe een kunstschilder aan de basis stond van de verbeterde brandspuit

Soms kom je historische wetenswaardigheden tegen die even bijzonder als zeldzaam zijn. Kunstschilder en uitvinder Jan van der Heijden, geboren in Gorinchem op 5 maart 1637 en overleden in Amsterdam op 28 maart 1712, had naast het schilderen een enorme passie voor techniek. Op zijn 9e jaar verhuisde hij met zijn ouders naar een huis op de Dam in Amsterdam. Vanaf 1661 werd hij bekend als kunstschilder van onder andere stadsgezichten.

Van der Heijden stelde zich graag in dienst van de stad. Met een liefde voor techniek combineerde hij zijn schilderscarrière, waar toen maar mager in te verdienen viel, met een studie werktuigbouwkunde.

We schrijven 1672. In Amsterdam demonstreert Jan van der Heijden, samen met zijn broer Nicolaes, zijn nieuwe uitvinding bij het stadhuis en vanaf de Westertoren. Een totaal vernieuwde brandweerpomp. In 1677 publiceert hij zijn “Nieuw geïnventeerde en geoctroyeerde slangbrandspuiten: uitgevonden door Jan en Nicolaes van der Heijden”, gevolgd door een lijvig boekwerk in 1690 voorzien van illustraties van eigen hand.

De brandspuit van Jan van der Heijden
Na de demonstratie van de vernieuwde brandweerpomp werd door de burgemeester verordend dat in elk van de 60 wijken een nieuwe spuit van Van der Heijden werd opgesteld.

Dit bleef niet onopgemerkt: Peter de Grote, de toenmalige Tsaar van Rusland, verbleef in Nederland op de werven van de Oost-Indische Compagnie. Als liefhebber van schilderkunst en techniek was Peter de Grote op de hoogte van het werk van Jan van der Heijden. In 1697 werd Van der Heijden door de Tsaar bezocht vanwege de uitvinding van de nieuwe brandspuit. Hij probeerde om Van der Heijden over te halen om mee naar Rusland te gaan, echter tevergeefs. De Nederlandse handelsgeest van Van der Heijden zorgde ervoor dat er een aantal brandspuiten voor maar liefst 385,- gulden per stuk aan Rusland geleverd werden.

Het schuitenvoerdersgilde werd verantwoordelijk voor het blussen van schepen
Op het IJ had men in 1676 voor de bescherming van schepen vijf schouwen gelegd waarop per schouw twee Van der Heijden brandspuiten gemonteerd waren. Deze brandspuiten vielen onder de hoede van het schuitenvoerdersgilde. Om voldoende watercapaciteit te hebben vond Van der Heijden een hulppomp uit waarmee water uit de grachten gepompt kon worden. Deze pompen werden bediend door weeskinderen en de mannelijke leden van het turfgilde.

Een totaal nieuwe brandweerorganisatie in 1682
In 1682 werden in alle wijken van Amsterdam brandspuiten geplaatst. Deze werden beheerd en bediend door daarvoor aangewezen gildebroeders en vrijwilligers. Er werden verplichte oefeningen ingesteld onder toezicht van daarvoor benoemde generaal-brandmeesters. De eerst benoemde generaal-brandmeester was Jan van der Heijden zelf.

Een grote verbetering werd in 1780 doorgevoerd, toen alle lederen brandweerslangen werden vervangen door slangen geweven uit hennepvezel.

Terugkijkend heeft Jan van der Heijden in Nederland voor één van de grootste ommezwaaien gezorgd in professionele brandbestrijding. Brandveiligheid Meester! zat in het DNA van deze meester in schilderwerken en brandbestrijding.

Monique Lamers

Bronnen:
wikipedia.org
Stadsarchief Amsterdam
Rijksmuseum
Nationaal Brandweer-documentatiecentrum

Afbeelding: Portret van Jan van der Heijden, gedateerd 1661

Note: Er is geen éénduidige spelling van de achternaam van Jan van der Heijden. Deze werd ook vaak weergegeven als “Van der Heijde” of “Van der Heyde”. Zelfs Jan van der Heijden zelf maakte gebruik van meerdere varianten.

Geplaatst op: 25 januari 2018
Terug naar overzicht